Articles Comments

Alfred Vierling » in het Nederlands » De VN in Johannesburg: duurzame taboes

De VN in Johannesburg: duurzame taboes

De VN-Conferentie nopens de duurzame ontwikkeling te Johannesburg behandelde de milieu- en ontwikkelingsproblemen in 5 thema’s: biodiversiteit, gezondheid, water, energie en armoede.

Deze intergouvernementele conferentie heeft talrijke voorlopers gekend, zoals de VN-Conferentie over het Menselijk Milieu te Stockholm (1972) en die over het Bevolkingsvraagstuk te Boekarest (1974), welke ik beide heb bijgewoond. We zijn dus al een tijdje bezig en de vraag is gewettigd waarom er zo weinig vordering wordt geboekt. Immers, de verdeling van de welvaart op aarde is sedert 1972 nog sterker scheef getrokken: thans gebruikt 15 % van de bevolking 56 % van de grondstoffen. Ook zijn wereldwijd de milieuverstoringen groter geworden, zowel in hun globaliteit als in de territoriale verdeling van het milieubederf.

Wat de VN-conferenties vooral duurzaam handhaven is hun benadering van de vraagstukken. De koppeling milieu- en armoedevraagstukken werd al in 1972 afgedwongen. De Indiase presidente Mevrouw Indhira Ghandi noemde toen armoede het grootste milieuvraagstuk. De VN-conferenties stellen het sindsdien zo voor, dat de rijke landen door protectionisme een economische ‘Alleingang’ zijn ingeslagen en zodoende de armoede in arme landen veroorzaken. Deze laatste landen willen afbreuk van tolmuren en stellen zich afhankelijk op van economische hulp. Om die af te dwingen worden er twee nogal onsympathieke chantagemiddelen in stelling gebracht onder het gezegde: “Als jullie rijke landen je rijkdom niet delen, komen we die halen”.

President Diouf van Senegal dreigde waarschuwend met de overrompeling van Europa door zwarte migratie en president Boumédienne van Algerije sprak over de verovering van Frankrijk ‘door de buik van onze vrouwen’, doelend op de hoge vruchtbaarheidscijfers, ook van de al in Europa wonende moslimvrouwen. En Jan Pronk voegt er nu als assistent van Kofi Annan aan toe, dat ‘als jullie westerse landen niet van juliie welvaart willen laten meedelen, dat dan “globale klimaatstoornissen jullie zullen vernietigen”, bij deze uitspraak geholpen door de recente wereldwijde overstromingen. Eigen schuld, dikke bult.

Vanuit westers perspectief kan men echter wel wat andere oorzaken van milieu- en armoedevraagstukken opmerken. De arme landen zijn de grote veroorzakers van de bevolkingsexplosie. China, India, Brazilië, Philippijnen, Indonesië leveren bij elkaar tweederde van de wereldbevolking, die nog steeds tijdsonevenredig stijgt. In 1960 waren er nog maar 3 miljard mensen, thans 6 miljard en we stevenen af op 9 miljard in 2050. Dan zal de noordelijke blanke bevolking toegenomen met een som gelijk aan de huidige bevolkingsaantallen van Duitsland, Skandinavië en de Benelux bij elkaar opgeteld, verhoudingsgewijs zijn verminderd tot slechts 10 % van de totale wereldbevolking.
Van deze relatieve ‘autogenocide’ kan de Derde Wereld geen verwijt worden gemaakt. Patrick Buchanan, vooraanstaand Republikein en woordvoerder van de Christian League vraagt zich in zijn nieuwe boek “The Death of the West” terecht af, waarom de VS nog zouden moeten opkomen voor een Europa dat als machtsfactor uitgaat als een nachtkaars door zich te verlustigen in een ‘dolce vita’. Maar doordat zulke conservatieve Amerikanen deze ‘uitsterving’ denken te kunnen voorkomen door samen met het Vaticaan ten strijde te trekken tegen abortus en geboortebeperking, werken ze wel de bevolkingsexplosie in de Derde Wereld, met name in de moslimlanden, in de hand.

De bevolkingstoename aldaar kan onmogelijk worden toegeschreven aan westers protectionisme, maar is het gevolg van godsdienstwaan (ga heen en. vermenigvuldig U !) en agrarisch utiliteitsdenken: op het platteland is de vorming van grote gezinnen mogelijk zinvol, maar in de miljoenensteden van de derde wereld dient een groot kindertal zeker niet als goede oudedagsvoorziening. De eigen verantwoordelijkheid voor deze bevolkingsexplosie van mensen in arme landen is op de VN conferenties volstrekt taboe. Toch is de helft van de armen in leeftijd onder de 16 jaar: ze bestonden nog niet eens in 1974 bij de eerste wereldwijde bevolkingsconferentie te Boekarest ! Evengoed beet ook toen al Jan Pronk mij toe dat ik zou menen “éerst de negers en dan pas de bomen te willen kappen”. Toch is de biodiversiteit is het meest gediend met het afnemen van de menselijke bevolking op aarde. Het is natuurlijk helemaal taboe om te pleiten voor maatregelen ter stimulering van een evenwichtiger etnische verdeling van de wereldbevolking.

Een tweede taboethema van deze conferenties is corruptie en de ongelijke inkomensverdeling in de ontwikkelingslanden zelf. Schatrijke gezagsdragers plunderden landen als Zaire en de Filipijnen, terwijl men het maar niet heeft over de steeds meer scheef getrokken inkomensverdeling binnen de zogenaamde rijke landen, mede als gevolg van uitbreiding van hun economische gemeenschappen met armere landen en van de massale immigratie. Al in 1972 heette het dat ontwikkelingshulp stroomt “van arme mensen in rijke landen naar rijke mensen in arme landen”.

Een derde taboethema zijn de vele oorlogen in derde wereldlanden , vooral op het Afrikaanse continent. Deze oorlogen zijn weliswaar deels het gevolg van geopolitiek en westers egoisme, zoals in Zaïre (diamant, koper, mangaan en molybdeen voor mobiele telefoontjes), maar niet ontkend kan worden dat hieraan ook een typisch afrikaanse component vastzit: stammenstrijd. Het gaat niet goed tussen de Zulu’s en de Xhosa’s in Zuid-Afrika sedert de afschaffing van de apartheid en in Zimbabwe worden de blanke boeren van hun land verdreven. Overal wordt voedsel als wapen ingezet, wat hiermede de oorzaak is van de meeste hongersnoden.

We hebben te maken met het grootste taboe op deze conferenties, namelijk dat culturele verschillen mede ten grondslag liggen aan de milieu- en armoedevraagstukken. Hoe is het anders te verklaren, dat schatrijke landen als Taiwan, Thailand en de oostkust van China zo’n pestzooi maken van hun milieu ?, en dat Afrikaanse natuurvolken zo weinig ophebben met het behoud van zeldzame diersoorten ? Hiertegenover staat er een veelal verwende westerse jeugd, die liever in de modder van Lowlands pilletjes slikt dan zich bekommert om het lot der mensheid. Komt die jeugd op vakantie in verre landen die milieupestzooi tegen en de mensenmassa’s die aan aids sterven tegen, dan denkt ze ook: “eigen schuld, dikke bult”.

Deze hardnekkige verdeling in rijke en arme landen, in Noorden en Zuiden, doet ook al geen recht aan de steeds groter wordende kloof tussen de Amerikaanse regering en Europa. Een fascistoïde regering die met het grootste militaire budget op aarde als belangenbehartiger optreedt van het grootkapitaal en de multinationals, die onder meer de voedselproductie met agrochemicaliën en genetische manipulatie steeds meer naasten, en ook angstvallig hun greep op medicijnen en industriële vernieuwingen met patenten beschermen, en een economisch en etnonomisch in kracht wegkwijnend Europa, als wereldmacht een ‘quantité négligeable’.

Ik bezocht onlangs enige kippen-, varkens- en melkveeboerderijen in Drenthe, die daarnaast aardappelen en suikerbieten verbouwen.. Er wordt hard gewerkt en elke cent omgedraaid. De maatschappelijke taken die in Europa op de agrarische sector zijn gelegd, zijn dan ook niet gering: omschakeling op milieu- en diervriendelijke landbouw, landschapsbeheer, mest- en melkquota, noem maar op. Daar komt dan nog de uitbreiding van de Europese Unie bij met veelal agrarische economieën. Hoe moet die landbouw dan nog overleven met het slechten van de tolmuren voor bij voorbeeld Afrikaanse producten ? Koffie, cacao, bananen en cruciale delfstoffen moeten wel beter worden betaald, maar Europa zit niet te wachten op bulkgoed van verre akkers. Een zekere agrarische autarchie blijft met het oog op de ernstige bedreigingen wel gewenst. Opgemerkt zij hiernaast dat Donald Johnston, de secretaris-generaal van de OESO terecht opmerkt in Le Figaro van 4 september 2002, dat 80 % van de Europese landbouwsubsidies ten goede komt aan 20 % van de rijkste agrarische bedrijven. Het valt dus te bezien of die subsidies in deze vorm wel zo nodig voortgezet moeten worden ten nadele van de biologische, diervriendelijke landbouw en van de landbouwprodukten uit arme landen ?

We moeten ons inderdaad inzetten voor het behoud van oerwoud en zeldzame diersoorten in de derde wereld, want aldaar geeft men geen moer om dieren- en plantenpracht. We moeten inderdaad tropisch hardhout vervangen door plastiek kozijnen zolang we niet kunnen garanderen dat zulke natuurprodukten op een milieuvriendelijke en hernieuwbare wijze worden door bosbouw worden aangemaakt. Over dit soort onderhandelingen zou Johannesburg moeten gaan. Maar we weten hoe de conferentie in Kyoto is verzand met de ruilhandel in vervuilings- en boskapquota. Landen als Maleisië en Indonesië stellen keihard, dat we maar moeten begrijpen dat bosbouw hun broodwinning is. Europa, Japan en de VS moeten deze landen helpen inzien, dat duurzame bosexploitatie zijn prijs heeft en dat die door ons zal worden betaald. Maar dan moet het afgelopen zijn met de corruptie en de onbeperkte zelfverrijking van de elites in die landen ten koste van het milieu. Zo kapt Thailand de bossen van Cambodja en Birma zonder meer om. Maar welke VN-conferentie durft dit hardop aan de orde te stellen ?

Het hardnekkig misverstand, het enige duurzame element in de VN-conferenties is, dat steeds de schuldvraag bij deze problematiek aan de orde wordt gesteld en moet worden beantwoord, en hiermee vervolgens een schadevergoeding kan worden opgeëist, terwijl de eigen verantwoordelijkheid wordt ondergesneeuwd onder verwijten aan de andere kant van de aardbol. Noord- zuid, rijk en arm, deze keiharde tegenstellingen worden steeds met succes in stelling gebracht door de rijke elites in de ontwikkelingslanden. Ook nu weer heeft de Franse president Chirac gepleit voor de invoering van zijn variant van de Tobin-solidariteitsheffing op winsten gemaakt door de globalisering, een heffing ten behoeve van de door de globalisering uitgesloten economieën. Hij pleitte zelfs voor de oprichting van een ‘Veiligheidsraad voor Sociale en Economische Zekerheid’. Maar rijkdom en armoede zijn niet alleen verdelingsvraagstukken, het zijn ook culturele attitudes.

Ons onderwijs met zijn nadruk op een materialistische bedrijfseconomie en een hardnekkig geloof in het vrijemarktstelsel is net zo schuldig aan deze problematiek als de islam met zijn superioriteitsgevoel en demografische veroveringsstrategie. Beide onderwerpen zijn taboe op de VN-conferenties. Het is – dunkt me – evenwel net zo gemakkelijk om je in te houden als potentiële, potente mensenproducent als als consument van milieubelastende producten.

Men zou aldus importquota en ontwikkelingshulp omgekeerd evenredig moeten koppelen aan bevolkingsgroeicijfers. Wie zijn bevolking teveel laat groeien en aldus het leefmilieu van de medeschepselen teveel aantast moet maar afgestraft worden door honger en aids als regelmechanismen. De rijke wereld wordt op zijn beurt wel afgestraft voor zijn bovenmatig materialistische levenswandel met door klimaatverandering ingezette milieurampen en met massale immigratie van armen. Wellicht moeten de rijke landen wel ter compensatie immigratiequota omgekeerd evenredig aan dier inspanning inzake de ontwikkelingssamenwerking. Mijn voorkeur gaat uit naar voorrang voor de economische ontwikkeling van de herkomstlanden onzer immigranten met inbegrip van voor hen aantrekkelijke terugkeerprojecten.

Waarschuwing: dit is een politiek-incorrecte zienswijze.

Filed under: in het Nederlands · Tags:

Leave a Reply

*