Articles Comments

Alfred Vierling » in het Nederlands » Kedichem Bloedige Aanval op CP/CD Congres 29 maart 1986

Kedichem Bloedige Aanval op CP/CD Congres 29 maart 1986

Terreur op de dijk
Twintig jaar na de aanslag in Kedichem.

Stan de Jong

Op 29 maart 1986 verstoorden anti-fascisten een bijeenkomst van de Centrumpartij in Kedichem. Hotel Cosmopolite vloog in brand, Janmaats secretaresse Wil Schuurman verloor een been. Twintig jaar na dato blikken betrokkenen terug.

Wat de brandstichters niet lukte, lukt de brandweer wel. Hotel Cosmopolite gaat dicht. De eigenaar, Leo in den Eng, wordt gek van de plaatselijke brandveiligheidsvoorschriften. “Sinds Volendam zijn we roomser dan de paus.” Zo komt er dan toch een eind aan de tragische geschiedenis van het hotel aan het riviertje De Linge, dat door anti-fascisten op 29 maart 1986 in de as werd gelegd. Toen pa In den Eng zich krap twee maanden na het inferno aan het puinruimen had gezet met een op de kop getikte laadschop, werd hij bij het verwisselen van een losse accu door het gevaarte overreden. Zoons Leo en Peter bouwden het familiehotel weer op, maar gooien nu dus de handdoek in de ring.
Aan wie Leo in de loop der jaren meer een hekel heeft gekregen, Janmaat of de demonstranten, weet hij niet. “Die Janmaat blééf maar terugkomen. Voor demonstraties en fotoreportages. Mijn nekharen gingen ervan overeind staan. Ga jij je misère eens ergens anders uitventen, zei ik hem een keer. Hij lachte wat. Als politicus een nul, als mens een flapdrol.” Maar goed, als hij per se moet kiezen, dan toch de actievoerders. “Als ik er zo-ene voor mijn auto krijg, dan ga ik er in zijn vooruit en in zijn achteruit overheen – de tweede keer om er zeker van te zijn dat-ie dood is.”

Hoogstpersoonlijk was hij er getuige van hoe Wil Schuurman, de latere echtgenote van Janmaat, aan de haastig aan elkaar geknoopte lakens uit het raam van de bovenste verdieping zakte, zich afzette tegen de stenen borstwering, onhandig heen en weer slingerde, en met haar been door de glazen pui vloog. Not a pretty sight. En dan te bedenken dat het allemaal niet gebeurd zou zijn, vertelt In den Eng, als hotel Cosmopolite zoals te doen gebruikelijk pas eerste paasdag was geopend. “We dachten: ach, een vergaderingetje, tweehonderd piek zaalhuur beuren, lekkere seizoensopening.”
Nee, er rust geen zegen op dit toch vrij schilderachtige stukje Zuid-Holland dat de inwoners ‘Kekum’ noemen. Kedichem zal wel voor eeuwig verbonden blijven aan de kwestie van Het Been en in het collectieve geheugen staan vanwege de foto van een geblakerde Janmaat met een peukie in de hand – en die róókte niet eens in die tijd.

Van de kant van de actievoerders is het verhaal vaker verteld. Onder meer in het wervelende boek Axie! van Victor Luchteling (pseudoniem van ex-Bluf!-redacteur Willem Deetman). Over hoe er die zaterdag werd verzameld in Utrecht, het lange wachten, de eerste beugels grolsch die open plopten, het moment dat eindelijk de lokatie bekend werd gemaakt; over hoe het in kolonne over de dijk ging, de eerste bommetjes die naar binnen zeilden, de witte rook die langzaam zwarte contouren aannam. Toen de politie arriveerde, was de klus reeds geklaard. Onder de meelopers vonden zeventig arrestaties plaats – de echte daders zaten toen al lang en breed in hun kraakpanden.

Voor Deetman luidde Kedichem het begin van het einde van zijn ‘loopbaan’ in de kraakbeweging in. “Kedichem was de splijtzwam in de actiebeweging, die al enige tijd ernstig verdeeld was over het gebruik van geweld”, analyseert hij in de stationsrestauratie van Assen, zijn woonplaats. “Op die dag realiseerde ik: er is geen enkel verschil tussen de skinheads die ik bestrijd en de grolschbeugelkrakers waarmee ik acties voer. Ik voelde mij plotseling deel uitmaken van een bende hooligans. Als die om elf uur ’s ochtends begonnen te zuipen… dan kon er van alles gebeuren. In dat hotel hadden wel kinderen kunnen liggen.”

Maar ja, Deetman was een softie. Binnen de harde kern van de kraakscene – de ‘heffo’s’ – lijkt men een stuk minder onder de indruk te zijn geweest. “Dat die mevrouw Schuurman haar been toen is afgezet… tja, dat was wel lullig”, meent Leen van den Berg, producent en regisseur bij Van der Hoop Filmproducties. “Ik wens zoiets niemand toe. Maar wij waren tegen de Centrumpartij, we wisten dat ze daar een vergadering hielden en die wilden we tegenhouden. Dat paste in het tijdsbeeld. Het was gewoon een lullige samenloop van omstandigheden”.

Tussen 1977 en 1987 zat Van den Berg ‘diep in de kraakbeweging’. “Ik heb vele grote acties meegeorganiseerd, maar Kedichem niet. Ik was er wel bij. Ik stond op de dijk. Er werd een rookbommetje naar binnen gegooid, een gordijn vatte vlam, er ontstond brand. Het was niet gepland of zo. Heel veel mensen zijn door de politie ingesloten. Ik niet, ik wist te ontkomen. Als u zegt dat ik dan in de voorste linies moet hebben gezeten, dan zal dat wel kloppen.”

“De beweging is verdeeld geraakt, deels over de geweldskwestie. Dat klopt. Maar er speelden ook andere factoren mee. We moeten het niet groter maken dan het was. Zelf heb ik altijd het standpunt ingenomen dat je in situaties terecht kunt komen dat geweld niet valt te vermijden. Ik bedoel, neem de kroningsrellen in Amsterdam, in 1980. Hoe de politie te paard erop afging, dat riep ook geweld op – het was actie en reactie. Dat onderscheid tussen heffo’s en softie’s… zo kon je dat niet indelen, zo zwart wit lag het absoluut niet. Er is in Kedichem ook geen geweldsexplosie geweest.”

Hoe zouden degenen die binnen zaten het hebben ervaren? Hun verhaal is, twintig jaar na dato, nog zelden gehoord. Maar eerst kort de achtergrond: in 1984 was Hans Janmaat, die sinds 1982 een zetel in de Tweede Kamer bekleedde, uit de partij gezet door voorzitter Danny Segers. Een ordinaire ruzie zou eraan ten grondslag hebben gelegen: Janmaat had geflikflooid met mevrouw Segers. “Een levenslustige vrouw, bepaald niet, uh, puriteins”, zegt Frans Schoenmakers, destijds voorzitter van de afdeling Zeeland en lid van het landelijk bestuur. “En die Segers was een oliebol.”

Omdat Segers niet alleen een oliebol was, maar volgens sommigen ook een ‘intrigant’ en ‘regelrecht corrupt’ (Schoenmakers) wilde een deel van de partij van hem af. Op een geheime vergadering in Kedichem zou een motie van wantrouwen tegen Segers worden ingediend en tevens worden getracht Janmaat, die inmiddels de Centrumdemocraten (CD) had opgericht, weer bij de club te krijgen. Een verzoeningsbijeenkomst. Er moest ‘gelijmd’ worden.

Initiatiefnemer Wim Vreeswijk: “De bijeenkomst was op zich goed georganiseerd, de lokatie was lang geheim gehouden, er wist slechts een paar man vanaf. Het probleem was alleen dat de organisator, dr. Wim Bruyn, die in Amsterdam woonde, vanaf zijn huis werd gevolgd door activisten. Hij heeft nog gebeld naar de politie vanaf een benzinestation. Hij had toen om moeten keren, maar reed door, en leidde zo de groep rechtstreeks naar het hotel… Maar dr. Bruyn zal het wel niet leuk vinden als ik dit vertel.”
In een aanleunwoning ‘ergens in Amsterdam Zuid-Oost’ treffen we dr. Wim Bruyn, voormalig hoofd van het wetenschappelijk bureau van de CP. Door Marcel van Dam ‘de Goebbels van de Centrumpartij’ genoemd. Wellicht dat zijn boek ‘Het recht op apartheid’ (juni 1965) daar iets mee te maken heeft gehad. “De aantijgingen raakten mij zeer”, vertelt Bruyn, die zijn hele leven bij de gemeente Amsterdam werkte, in de jaren zestig adviesfuncties binnen de PvdA bekleedde en Joop den Uyl en Ed van Thijn persoonlijk goed heeft gekend. “Ik heb gepoogd binnen de PvdA medestanders te vinden voor mijn opvattingen tegen de massale immigratie – dat lukte niet.”

Ondanks zijn leeftijd (hij is van 1917) houdt Bruyn zijn verblijfplaats graag geheim. “We hebben zoveel meegemaakt, de terreur, dat wilt u niet weten”, legt zijn aardige partner, die iets jonger is en hem verzorgt, uit. Bruyn formuleert moeizaam, maar bevestigt in grote lijnen het verhaal van Vreeswijk. “Ik ben die dag gevolgd door een rode auto. Er zaten twee knullen in.” Zijn vriendin knikt. “Ik reed een stukje met Wim mee naar het Amstel Station. Daar ben ik afgezet”, zegt ze. “Ik heb het kenteken nog opgeschreven…” Ze staat op, gaat naar een ladenkast en pakt daar een blocknote uit. “Rode ford – 31 jg 27”
Enfin, Bruyn reed verder. Met in zijn kielzog de achtervolgers. Bij een benzinestation hield hij stil, liep naar een telefooncel, belde op. Alleen niet naar de politie, zoals Vreeswijk vertelde, maar naar Vreeswijk. “Ik zei: ik word gevolgd. Die knullen kwamen naast me staan om mee te luisteren. Het voelde bedreigend…”

Toen de doctor bij de afslag Kedichem kwam, stopte hij even om te kijken of hij naar het dorp moest of de dijk op. De rode Ford bleef ook staan. Bruyn draaide de slingerende dijk op, en arriveerde kilometers verderop bij Cosmopolite. Hij was een van de laatsten. Rond de zestig partijgangers waren reeds aanwezig. Het was een uur of drie, half vier. De koffie was prima.

Nadat Bruyn een welkomstwoord tot de aanwezigen had gericht, nam Schoenmakers de voorzittershamer over. Precies op dat moment sneuvelde de eerste ruit. “Het was een volksgericht”, herinnert Schoenmakers zich. “Het tuig dat daar aanwezig was, de asocialen. Dat stonk een uur in de wind! Het schuim van de maatschappij – hetzelfde schuim dat de gebroeders De Witt heeft afgeslacht. De ware fascisten – dat waren zij!”
Vrijwel gelijkertijd met de tegels en stenen vlogen de eerste rookbommen naar binnen. “Rookbommen, haha!” De Haarlemse ex-sportschoolhouder Wim Witteman weet wel beter. “Fosfor! Lichtgroen spul. Ging dwars door het tapijt heen, het beton begon te branden.”
Anderen spreken van molotovcocktails. In krakersproza: molli’s. Ex-activist Deetman hoorde inderdaad van mede-actievoerders dat een krat met molli’s klaar stond in een auto. “Maar ze zouden niet zijn gebruikt.”

Hoe dit ook zij: de tent stond in lichterlaaie. Vreeswijk: “We zaten als ratten in de val… konden niet naar buiten. De meute stond aan de zijkanten te schreeuwen, we konden geen kant op. Chaos.” “Op de vloer lag novilon zeil – dat blééf branden”, zegt Leo in den Eng, die dag verantwoordelijk voor het ‘bargebeuren’. “Vlak ervoor was nog een agent binnen gestormd. Die zei: jullie moeten wegwezen, er komen demonstranten aan. Nou, hij was nog niet uitgesproken, of ze kwamen al over de dijk aanzetten. Met knuppels en speren. Jazeker, speren. Van die aluminium staven met een punt eraan geslepen. Nu was mijn vader het type dat er wel op dorst te slaan, maar ik zei: pa, dat red je nooit. Het was het ergste tuig van de richel.”

Schoenmakers: “Ik zag een groepje van ons de trap opgaan. Ik riep nog: niet doen. Rook trekt naar boven. Omdat ik sloepscommandant ben geweest, weet ik hoe te handelen in noodsituaties. Er was een vrouw uit Zeeland die helemaal hysterisch werd. Ik heb haar twee klappen in het gezicht gegeven, om tot bedaren te komen. Links, rechts!”
De vergaderzaal lag op de eerste verdieping – gelijkvloers aan de dijk. Achterin was de glazen pui eruit gegaan. De meesten konden zo ontsnappen en aan de waterkant naar beneden klauteren. Eenmaal buiten deed Schoenmakers een vergeefse poging de twee aanwezige agenten tot actie te bewegen. “Ik riep: Schiet ze in hun voet! Schiet in de lucht! Maar ze deden niets.”

In den Eng: “Ik hoorde dat er een paar in de slaapkamers zaten. Ik liep naar boven, er was al een flinke rookontwikkeling. Ik opende alle deuren. Op nummer 15 zat het groepje. Ik klopte, iemand deed open. In de achtergrond zag ik dat ze met lakens bezig waren. Ik zei: wat doen jullie nou, je kan beter een klap op je kop krijgen dan zo naar beneden te gaan! Maar ze waren als de dood voor de demonstranten. Het had niet hoeven te gebeuren… de nooduitgang zat vlakbij, de demonstranten waren gevlogen. Maar de deur ging weer op het slot.”

Vreeswijk: “We zaten met zijn twaalven dus boven. Toen hebben we die lakens aan elkaar geknoopt waarlangs we ons naar beneden lieten glijden, naar het balkon op de eerste etage. Ik was degene die de lakens vasthield en ging als laatste. Wil lag op het grint van het balkon te kermen, dood te bloeden. Toen ik naar beneden ging moest ik haar ontwijken, daardoor ben ik met een vreemde achterwaartse beweging naar onderen gesprongen, het ging mis, ik gleed uit over het grint en kwam in het glas terecht. Ik bloedde, in mijn been zat een flinke jaap. Ik heb nog in het ziekenhuis gelegen.”
Via een stuk bouwmateriaal werd Schuurman naar beneden getakeld en tegen de dijk gelegd. “Haar man bond het been af”, vertelt Witteman. “Met zijn broekriem. Ik zie hem die riem nóg van zijn broek trekken. Ik heb mijn jas toen over haar heen gelegd. Die heb ik nooit meer teruggezien. Het was een donkerblauwe regenjas, een hele speciale…”
Voor Witteman hield de pech daarmee niet op. “Toen ik later weg wilde gaan, zag ik dat alle vier de banden van mijn wagen lek waren gestoken. Het was een alfa romeo 33. Met splinternieuwe pirelli’s. Naar de mallemoer.”

Marco Schoenmakers, zoon van Frans, was met zijn zestien jaar de jongste deelnemer. Hij ging een glas water voor mevrouw Schuurman halen, aan de overzijde van de dijk. “Het been lag er half af. De politiek is een grote boevenbende. Als het kan, ben ik weg uit Nederland.”

Dr. Bruyn, die langs een regenpijp omlaag was gegaan, werd door een ANWB-bus naar de eerste hulppost gebracht dat in een gehucht nabij was ingericht. “Ik verkeerde niet in shock, was ongedeeerd. Daarop ben ik met de politie meegereden naar Kedichem. Daar ben ik verhoord door twee politiemensen. Een lang verhoor. Zakelijk. Er werd geen uiting geven aan enig medeleven. Misschien dat ze vonden dat we ergens schuld aan hadden.”
Inmiddels was Schuuurman in het ziekenhuis te Gorinchem opgenomen.Viereneenhalf uur lang zou ze worden geopereerd. Zonder succes. In allerijl werd ze overgebracht naar het Dijkzicht, Rotterdam. Daar stond reeds een team klaar van negen vaat- en neurochirurgen om het been te behouden.

Alfred Vierling, fractiemedewerker van Janmaat, had op de radio van ‘het been’ gehoord, en had zich naar het ziekenhuis gespoed. In zijn dagboek schreef hij: “Nacht van 29 op 30 maart. Mevrouw Schuurman-Korselius is overgebracht naar het Dijkzicht te Rotterdam. Om half een zag het er naaruit dat het been bloed vatte. Toen hebben Janmaat, ik en enkele anderen haar verlaten. Om drie uur bleek dat het been er toch af moest.”
Vierling: “Ik heb Janmaat die ochtend zien huilen – ik wist niet eens dat hij dat kon. Het had ongelooflijk veel indruk op hem gemaakt.”

Wim Vreeswijk: “De politie had de aanslag gemakkelijk kunnen voorkomen – een auto dwars op de dijk zetten. Niemand had er langs gekund.”
Zijn vrouw Irene Vreeswijk-Mullaert, destijds ook actief in de partij: “We hebben nooit een schadevergoeding gehad, geen cent, we zijn onmenselijk behandeld. Advocaten kon je niet krijgen in die tijd, die waren ook allemaal links, hè. Die wilden geen rechtse mensen verdedigen.”

Tot zover de reconstructie. Is Kedichem dan ook nog van diepere betekenis geweest voor extreemrechts? In elk geval haakte een aantal prominenten af. “Toen dat been eraf vloog, zei ik: ik wil wel een gedeputeerde zijn in een democratie, maar geen geamputeerde in een anarchie”, zegt Vierling, die uit de ecologische beweging stamde. “Er werden krokodillentranen gehuild door de politiek. De schijnheiligheid van de gevestigde orde was voor iedereen zichtbaar. Ook voor de gewone burgerij, voor de borrelnotencultuur zeg maar. Die haakte af. Om de partij hing nu de geur van geweld.”

Voormalig partijsecretaris Mart Giesen: “Na Kedichem durfden gewone mensen geen lid meer te worden, er was dermate veel geweld gebruikt tegen ons dat je je wel tien keer bedacht om nog actief te worden. Na Kedichem trok Janmaat vrijwel alleen nog mensen aan die niets te verliezen hadden; outcasts, werklozen, losers. Dat was de CD.”
“Janmaat voor en na Kedichem – dat waren twee verschillende personen. Voor Kedichem had hij relativeringsvermogen, humor, kon hij nog enigszins delegeren, hoewel hij daar nooit in had uitgeblonken, maar in ieder geval hield hij niet de zaak klein, onder elkaar, zoals in de CD. Die partij was bijna een familiegebeuren. Na Kedichem was Janmaat wantrouwig, verkrampt geworden. De CD werd daardoor een heel andere partij dan de CP.”
“Wij waren helemaal niet extreem”, vindt Giesen. “De CP was een middenpartij. In elk geval op economisch terrein. Daarnaast nationaal-voelend. Natuurlijk ben ik bitter. Een Wilders, een Spruyt… waar hèbben die mensen het over als ze zeggen bedreigd te worden? Wij werden bedreigd, en er was niemand die ons bescherming bood.”

In de loop der jaren nam de paranoia van Janmaat steeds absurdistischer vormen aan. Hij zag achter elke boom een BVDer, beschuldigde eerst Segers ervan de zaak te hebben verlinkt en vermoedde uiteindelijk dat de Israelische veiligheidsdienst achter Kedichem zat. Een optie die dr. Bruyn overigens niet geheel wil uitsluiten. “Laten we eerlijk zijn: de Mossad is ertoe in staat.”

En Wil Schuurman? Voor dit artikel zijn vele pogingen gedaan haar te spreken, maar ze lijkt geen behoefte te hebben aan publiciteit. “Ze heeft haar lot buitengewoon moedig ondergaan”, vindt Vierling. “Ik heb vaak ruzie met Wil gehad en ik zei dan soms valse dingen. Zoals: met één been kun je nog aardig trappen. Ach… ze kon daar best om lachen.”

Filed under: in het Nederlands · Tags: ,

2 Responses to "Kedichem Bloedige Aanval op CP/CD Congres 29 maart 1986"

  1. […] die boodschap overnam, nadat wij als centrumdemocraten letterlijk in de brand werden gestoken ( zie kedichem ) en ik een levenslang beroepsverbod op liep. Nou ja, ik leef […]

  2. […] Lekkere seizoensstart Eigenaar In den Eng van hotel Cosmopolite kan 200 gulden verdienen aan de vergadering. Hij besluit van zijn gewoonte af te wijken om pas op Eerste Paasdag open te gaan. Een dag eerder open kan geen kwaad, denkt In den Eng. Sterker nog, het is “een lekkere seizoensstart”. […]

Leave a Reply

*